Hoofdstuk 2 - Wonen De toets is maandagmiddag 21 november
Om te leren voor de toets:
Topoblad (kopie mee naar huis)
Samenvatting (kopie mee naar huis)
Werkboek (wanneer je goed hebt nagekeken, kun je hier veel uit leren!)
schema les 1 (mee naar huis)
schema les 3 (mee naar huis)
Elk hoofdstuk leren we een bepaalde manier van leren, dit kan een samenvatting zijn, studiekaarten maken, mindmappen of schema's maken.
Wat je in de klas gemaakt hebt, neem je mee om thuis te leren.Wanneer je in de les serieus werkt, en ook bij het werkboek de antwoorden goed opzoekt in de tekst kunnen de aantekeningen en het werkboek heel waardevol zijn om thuis te leren.
Daarnaast staat hier op de website ook nog het een en ander aan informatie, tips of afbeeldingen.
Dit hoofdstuk gaat over verschillende soorten wijken. Van een sloppenwijk in Sao Paulo in Brazilië tot een moderne buitenwijk van Rotterdam. De kernwoorden bij dit hoofdstuk zijn: infrastructuur, voorzieningen en ruimtelijke ordening.
Les 1 - Verschillende wijken
Zoals de titel al zegt lijken woonwijken niet op elkaar, er zijn soms opvallende en soms minder opvallende verschillen.
Kun je Sao Paulo omschrijven? Hoe woon je aan de rand van de stad en hoe ziet het centrum er uit?
Kun je ook beschrijven hoe het in een buitenwijk en in het centrum van Rotterdam is?
Les 2 - Topo Zuid Amerika
Zorg ervoor dat je ook de rivieren, gebergten en wateren weet. Alleen de plaatsen en landen is niet voldoende.
Tip van de juf: Begin zodra je het topoblad mee naar huis krijgt en oefen de topo dan iedere dag! Hoe vaker je herhaalt hoe meer je onthoudt!
Les 3 - Ruimtelijke Ordening
De derde les is altijd de meest informatieve van het hoofdstuk. Hierbij een aantal zeer belangrijke vragen!
Hoe ontstaan sloppenwijken?
>> Mensen trekken van het platteland naar de stad om er werk te zoeken. Omdat ze geen geld hebben om een huis te huren bouwen ze een krot aan de rand van de stad. Omdat steeds meer arme mensen dit deden ontstonden enorme sloppenwijken.
Waarom trekken mensen van het platteland naar de stad?
>> Om er werk te zoeken.
Waarvan werd een krot gebouwd?
>> Afvalhout, blikken platen, golfplaat als dak en soms zelfs dik karton.
Wat is overbevolking?
>> Dat er te veel mensen in een te klein gebied wonen.
Wat is welvaart?
>> Voldoende geld en voldoende spullen hebben om prettig te kunnen leven.
Hoe komt het dat er overbevolking is in steden?
>> Omdat veel mensen van het platteland naar de stad trekken om daar te gaan werken om meer geld te verdienen. Ze zoeken dan eerst een plekje in de sloppenwijk en hopen later een beter huis te krijgen. Maar de meesten vinden geen werk en blijven arm en gaan niet meer weg uit de sloppenwijken.
Wat is een bevolkingsregister?
>> Een bevolkingsregister is een namenlijst met gegevens van alle inwoners van een gemeente.
Waarom moeten mensen belasting betalen?
>> We betalen belasting om stroom, water, gas en riolering te krijgen en ook wordt ons huisvuil opgehaald en de straten schoongehouden.
Staan de mensen in Nederland ingeschreven in het bevolkingsregister?
>> Ja, deze mensen betalen belasting en wij maken gebruik van goede voorzieningen als water en stroom.
Staan de mensen in sloppenwijken ingeschreven in het bevolkingsregister?
>> Nee, en dus betalen ze ook geen belasting. Daar hebben ze geen geld voor en dat betekent ook dat er voor hen geen of heel slechte voorzieningen zijn. Geen water, stroom en huisvuil wordt niet opgehaald. De gemeente legt ook geen straten aan, en daarom hebben de mensen ook geen adres.
Wat is leerplicht?
>> leerplicht is dat ieder kind van zijn 5e tot zijn 16e jaar verplicht naar school moet. In Nederland is dit zo. In Brazilië hebben ze geen leerplicht.
Waarom gaan kinderen in Brazilië niet naar school?
>> Ze zijn niet leerplichtig en proberen aan geld te komen om te overleven. Ze zwerven overdag op vuilnisbelten rond om spulletjes te vinden die ze kunnen verkopen. Wanneer kinderen niets kunnen verdienen gaan ze vaak uit stelen. Ze breken in of gaan zakkenrollen in de drukke winkelcentra.
Waarom zijn er geen sloppenwijken in Nederland?
>> In Nederland krijg je geld van de regering als je geen werk hebt. Als dat te weinig is om een huis van te huren krijg je extra geld om de huur te betalen. Op die manier kan iedereen in een huis wonen met gas, water en electriciteit.
Daar betalen ook arme mensen belasting voor.
Wat is infrastructuur?
>> Infrastructuur is alles wat nodig is om mensen, goederen en informatie te verspreiden.
Geef voorbeelden van infrastructuur.
>>Bijvoorbeeld: wegen, fietspaden, busbanen, telefoonkabels, spoorlijnen, internetkabels, waterleidingen, riolering, gasleidingen, metro en busstations, parkeerplaatsen
Wie zorgt er voor de infrastructuur in Nederland?
>> De overheid zorgt voor de infrastructuur.
Wie betaalt er voor de infrastructuur?
>> Iedereen betaalt mee via de belasting.
Geef voorbeelden van algemene voorzieningen.
>> De gemeente zorgt voor algemene voorzieningen zoals: scholen, bibliotheken, speeltuinen, buurthuizen en ziekenhuizen.
Geef voorbeelden van bijzondere voorzieningen.
>> Het zakenleven zorgt voor de bijzondere voorzieningen zoals winkels, café’s, restaurants, bioscopen, theaters en hotels
Mag je bouwen wat en waar je wilt?
>> In Nederland niet. Je hebt toestemming van de gemeente nodig als je een huis wil bouwen.
Wat is een plan voor ruimtelijke ordening?
>> Een plan voor het inrichten van de ruimte.
Waarom is ruimtelijke ordening nodig?
>> Zo’n plan is nodig omdat er steeds meer mensen komen die allemaal ergens moeten wonen. Als iedereen bouwt waar hij wil, wordt het een chaos. Als je een goed plan maakt, houd je vaak de meeste ruimte over.
Wat kan er in een plan voor ruimtelijke ordening staan?
>> bijvoorbeeld waar nieuwe steden. Wegen, fietspaden, spoorlijnen, natuurgebieden, kantoren of industriegebieden komen.
Hebben ze in een stad met sloppenwijken dan geen plan voor ruimtelijke ordening?
>> Jawel, ook daar heeft de regering zo’n plan. Maar er komen zoveel mensen naar de stad dat de regering het niet meer bij kan houden.
Les 4 - Bouwen in Nederland
Je hebt deze les geleerd dat voor het bouwen van een nieuwe woonwijk een plan wordt gemaakt. (ruimtelijke ordening) Er wordt nagedacht over wat waar komt. Er is nagedacht over de nodige infrastructuur die moet worden aangelegd (Kun je voorbeelden geven?), en over welke voorzieningen er in de wijk aanwezig moeten zijn (Kun je voorbeelden geven?).
Succes!!!!!
Hoofdstuk 3 - Water
Dit is de samenvatting (vragen + antwoorden) die we in de klas samen hebben gemaakt bij les 3 en les 4 van het hoofstuk over water en orkanen.

De manier van leren die we geleerd hebben is het maken van studiekaarten. Hieronder de uitleg:
>> Studiekaarten maken <<
Wanneer je een groot stuk tekst moet leren, kunnen studiekaarten daarbij helpen. Studiekaarten zijn kaarten waarop aan de ene kant een vraag staat en aan de andere kant het antwoord. Door de kaartjes door te nemen leer je de tekst.
Het maken van studiekaarten is niet moeilijk!
Je leest de tekst die je moet leren en bedenkt telkens: ‘Kan ik over wat ik net heb gelezen een vraag verzinnen?’
De vraag schrijf je dan op een kaartje. Als je een hoofdstuk of een deel van de tekst hebt gelezen en de vragen daarover op kaartjes hebt geschreven, schrijf je de antwoorden op de achterkant. Je leert de antwoorden al een beetje tijdens het schrijven van de antwoorden!
Hierna leer je alle antwoorden op de vragen en: Tadah! Je kent de tekst!
Stormen en Orkanen
Geef bij elk kopje een volledig antwoord.
Uitleg
Je hebt een informatieve tekst gelezen. De tekst geeft antwoord op allerlei vragen. Maar niet alle informatie in de tekst is belangrijk. Aan het kopje kun je al zien op welke belangrijke vraag een stukje tekst antwoord geeft. Zo’n vraag begint vaak met een vraagwoord: wie, wat, waar, waarom, hoe enzovoorts.
Je begrijpt de tekst beter als je weet welke vragen een tekst beantwoordt.
Les 3 – Stormen en orkanen
|
Tekstkopje:
|
Waar en hoe ontstaan orkanen?
|
|
Vraag:
|
Waar ontstaat een orkaan?
|
|
Antwoord:
|
Orkanen ontstaan boven het water ten westen van Afrika.
|
|
Tekstkopje:
|
Waar en hoe ontstaan orkanen?
|
|
Vraag:
|
Hoe ontstaat een orkaan?
|
|
Antwoord:
|
Door de warmte verdampt veel zeewater. Hierdoor ontstaan hoog boven de oceaan ronddraaiende stapelwolken. Deze ronddraaiende wolken zorgen voor een hevige storm. Dat is een orkaan.
! In het oog van de orkaan is het windstil
|
|
Tekstkopje:
|
De weg van een orkaan
|
|
Vraag:
|
Welke weg legt een orkaan af?
|
|
Antwoord:
|
Door de richting van de wind drijft de orkaan vanaf het westen van Afrika naar het Caribisch gebied. Dan naar het noorden naar de Verenigde Staten. Daarna is het te koud en neemt de draaisnelheid af, en verdwijnt de orkaan vanzelf.
|
|
Tekstkopje:
|
Leven met orkanen
|
|
Vraag:
|
Hoe weet men tegenwoordig dat er een orkaan aankomt?
|
|
Antwoord:
|
Orkanen komen ieder jaar en zijn met behulp van satellieten gemakkelijk te volgen.
|
|
Tekstkopje:
|
De watersnoodramp van 1953
|
|
Vraag:
|
Hoe ontstond de watersnoodramp?
|
|
Antwoord:
|
In 1953 ontstond de watersnoodramp door noordwestenwind en hoge vloed. De golven werden steeds hoger en sterker waardoor de dijken doorbraken. Het Nauw van Calais is de de doorgang tussen Engeland en Frankrijk, hier kon het water niet snel genoeg doorheen, waardoor het nog hoger steeg en het land onderliep.
|
|
Tekstkopje:
|
De westkust van Nederland
|
|
Vraag:
|
Hoe ziet de westkust van Nederland er uit?
|
|
Antwoord:
|
Er zijn duinen en dijken die Nederland beschermen tegen de zee.
|

Les 4 – Maatregelen tegen storm
|
Tekstkopje:
|
Het Deltaplan
|
|
Vraag:
|
Wat is het Deltaplan?
|
|
Antwoord:
|
Het plan om Nederland beter te beschermen tegen de zee, dat gemaakt werd na de watersnoodramp in 1953. Dit plan duurde 30 jaar.
|
|
Tekstkopje:
|
Hulp bij orkanen
|
|
Vraag:
|
Waaruit bestaat de hulpverlening na een orkaan?
|
|
Antwoord:
|
Hulpverleners helpen met het zoeken naar overlevenden en het opruimen van de puinhopen. Ook worden er voedselpakketten en medicijnen gestuurd. En er wordt geld gegeven.
|
|
Tekstkopje:
|
Voorzorgsmaatregelen
|
|
Vraag:
|
Welke vier voorzorgsmaatregelen ken je, en wat houdt het in?
|
|
Antwoord:
|
- stevige huizen bouwen ( zodat de huizen niet snel verwoest worden)
- armoede bestrijden ( zodat mensen geld hebben om een steviger huis te bouwen)
- minder houtkap ( zodat er door de bomen geen modderstromen kunnen ontstaan die dorpen verwoesten)
- ander soort landbouw ( door terrassen aan te leggen en sterkere gewassen te verbouwen kan schade worden voorkomen)
|
 |
 |
| Storm!! |
Satteliet beeld van een orkaan, in het oog is het windstil! |
De samenvatting van het boek:
(maandag krijg je hier een papieren versie van mee naar huis om te leren)
les 1 De kracht van water
Een orkaan is een hevige storm, zwaarder dan windkracht 12. Orkanen komen veel
voor in het Caribisch gebied en het zuiden van de Verenigde Staten. Een orkaan kan
veel schade aanrichten. Om dat te voorkomen timmeren veel mensen hun
huizen dicht. In 1953 werd Nederland getroffen door een
watersnoodramp. Grote delen van Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden kwamen
onder water te staan. Bijna tweeduizend mensen verdronken. Veel mensen vluchtten
en zochten ergens anders onderdak.
les 2 Noord- en Midden-Amerika
Je hebt geleerd welke landen er in Noord- en Midden-Amerika liggen. Ook heb je geleerd
wat de belangrijkste steden, gebergten, eilanden en wateren in Noord- en Midden-
Amerika zijn.
les 3 Stormen en orkanen
Orkanen ontstaan ten westen van Afrika. Door de warmte verdampt daar veel
zeewater. Boven de oceaan ontstaan grote, ronddraaiende stapelwolken. De draaiende
wolkenmassa zorgt voor hevige storm en regen. In het midden van de orkaan, dat het
oog wordt genoemd, is het windstil. Door de wind wordt de orkaan naar het westen
gedreven, naar het Caribisch gebied. De soms huizenhoge golven en de harde wind
verwoesten gebouwen en zorgen voor overstromingen. In het Caribisch gebied
draaien de orkanen naar het noorden. De windsnelheid neemt dan langzaam af.
Met behulp van satellieten kun je een orkaan gemakkelijk volgen. Daardoor weet je van
tevoren waar hij ongeveer naartoe zal gaan. De watersnoodramp van 1953 in Nederland
ontstond door een combinatie van noordwestenwind en hoge vloed. Omdat het
water niet snel genoeg door het Nauw van Calais kon, steeg het zo hoog dat de dijken
het niet meer tegen konden houden. Daarom moeten dijken, en ook duinen, heel stevig
zijn.
les 4 Maatregelen tegen storm
Om te zorgen dat er geen watersnoodramp meer zou plaatsvinden, werd het Deltaplan
bedacht. In sommige rivieren werd een stormvloedkering gebouwd. Dit zijn schuiven
die open en dicht kunnen. Bij storm en heel hoog water gaan de schuiven dicht. Tussen
de eilanden werden dammen aangelegd om het zeewater tegen te houden. De
Westerschelde is nog open vanwege de haven van Antwerpen.
Landen die regelmatig door een orkaan worden getroffen, kunnen voorzorgsmaatregelen
nemen. Een paar voorzorgsmaatregelen zijn:
– steviger huizen bouwen;
– armoede bestrijden, zodat iedereen in een stevig huis kan wonen;
– minder bomen kappen, want zonder bomen wordt de grond meegevoerd met het
water en ontstaan modderstromen die het land verwoesten;
– een andere vorm van landbouw kiezen door hellingen om te bouwen tot terrassen en stevige gewassen te nemen.

hellingen ombouwen tot terrassen ziet er zo uit
Vragen bij hoofdstuk 3
Vragen
1 Wat is een orkaan?
2 Welke delen van Nederland werden in 1953 getroffen door een
watersnoodramp?
3 Waar ontstaan de orkanen in het Caribisch gebied?
4 Waarom ontstaan daar orkanen?
5 Wat is het oog van een orkaan?
6 Hoe ontstond de watersnoodramp in 1953?
7 Hoe wilde men na 1953 een nieuwe watersnoodramp voorkomen?
8 Welke voorzorgsmaatregelen kunnen landen die vaak last hebben van een
orkaan nemen?
Antwoorden
1 Een orkaan is een hevige storm, zwaarder dan windkracht 12.
2 Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden.
3 Ten westen van Afrika.
4 Omdat het daar zo warm is, verdampt er veel zeewater. Dit worden grote, ronddraaiende stapelwolken.
5 Het oog van een orkaan is het midden van de orkaan. Daar is het windstil.
6 Door een combinatie van hoge vloed en een noordwesterstorm.
7 Door het Deltaplan uit te voeren.
8 Stevige huizen bouwen; armoedebestrijden; minder bomen kappen; een andere vorm van landbouw kiezen.