Het voortgezet onderwijs ziet er als volgt uit
Vmbo
Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) bestaat uit zogenaamde leerwegen. Een leerweg is de route die een leerling volgt na de onderbouw. Alle vier de leerroutes leiden naar het middelbaar beroepsonderwijs. De vier leerwegen zijn:
- de theoretische leerweg
- de gemengde leerweg
- de kaderberoepsgerichte leerweg
- de basisberoepsgerichte leerweg
In het derde jaar kiezen leerlingen voor een sector:
- economie
- zorg en welzijn
- techniek
- landbouw
De meeste leerlingen gaan vanuit het vmbo naar het mbo. Een kleiner deel stroomt door naar de havo (dat kan alleen met een vmbo-t diploma). Voor leerlingen van wie niet wordt verwacht dat zij de leerwegen met een diploma afsluiten, is er het praktijkonderwijs. Zij worden voorbereid op een plaats op de arbeidsmarkt.
Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO)
Voor leerlingen die bij het volgen van een van de leerwegen tijdelijke ondersteuning nodig hebben, is er het leerwegondersteunend onderwijs. Leerlingen krijgen dan extra hulp. Sommige scholen hebben een aparte afdeling voor LWOO. De leerlingen krijgen daar les in kleinere groepen en kunnen daardoor meer hun eigen tempo volgen. In het LWOO volgen de leerlingen hetzelfde programma als in de reguliere leerwegen.
Praktijkonderwijs
Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen waarvoor het vmbo te moeilijk is. Praktijkonderwijs is op de individuele leerling gericht; voor elke leerling wordt er een individueel ontwikkelingsplan gemaakt. In dit plan staat wat er wordt gedaan om leerlingen zo goed mogelijk op de toekomst voor te bereiden.
Havo en Vwo
De havo duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het hoger beroeps onderwijs (hbo). Het vwo, de voorbereiding op het wetenschappelijk ondewijs (wo) duurt een jaar langer. Tot het vwo behoren het atheneum en het gymnasium, waarbij op het gymnasium Grieks en Latijn onderwezen worden.
Op de havo en het vwo heeft een leerling de keuze uit vier profielen. Een profiel bestaat uit een onderwijsprogramma dat de leerling voorbreidt op een opleiding aan een hogeschool of universiteit. Er zijn vier profielen:
- natuur en techniek
- natuur en gezondheid
- economie en maatschappij
- cultuur en maatschappij
In havo en vwo is het onderwijs opgebouwd rond het 'studiehuis'. Met het begrip studiehuis wordt gedoeld op begeleiding door de docent, die erop is gericht de leerlingen in toenemende mate zelfstandig hun werk te laten doen.
Vwo plus (Op het OBC junior)
Vwo+ is een Vwo-klas met een speciaal onderwijsaanbod. Een leerling uit VWO+ volgt binnen de 33 uur van de onderbouw een verbredingsprogramma. Vanuit de gedachte
• dat onderwijs spannend en uitdagend moet zijn,
• dat kennis beter beklijft als je deze ook mag toepassen,
• dat er ook veel te leren valt buiten de muren van het klaslokaal,
• dat in de maatschappij van de toekomst kunnen samenwerken met anderen
een belangrijke vaardigheid is, heeft het OBC een onderwijsprogramma ontwikkeld voor de getalenteerde VWO-leerling. VWO+ duurt drie jaar. Na deze drie jaar kan de leerling in de tweede fase, vanaf klas 4, een VWO-programma volgen waarin ruimte is gemaakt voor verbreding en verdieping. Zo vergroot de leerling zijn eigen kansen en mogelijkheden wat betreft vervolgopleidingen na het eindexamen.