Ons onderwijs


Basisschool De Doornick staat in Doornenburg, een kerkdorp in de gemeente Lingewaard met ongeveer 2800 inwoners. De school maakt deel uit van Stichting Voorschools en Primair Onderwijs De Linge. De Doornick heeft ongeveer 165 leerlingen verdeeld over 6 groepen. Ons team van 17 personen bestaat uit 1 directeur, 10 leerkrachten, 1 onderwijsassistent, 1 internbegeleider, 1 conciërge, 1 administratief/facilitair medewerker, 1 schoonmaakster en 1 onderwijsadviseur.

Ons motto: “Het dagelijkse leren als bijzonder beleven”

Het onderwijs op De Doornick

Op onze school werken we volgens het leerstofjaar- klassensysteem. Dit betekent dat alle kinderen die tot hetzelfde leerjaar horen, in één groep bij elkaar zitten. In verband met het aantal leerlingen zijn er combinatiegroepen gemaakt.

Binnen de jaargroepen volgen de kinderen in grote lijnen hetzelfde programma. We streven ernaar, dat alle kinderen de minimumdoelen bereiken. Natuurlijk zijn er individuele verschillen tussen leerlingen. Daarom vindt er binnen de groep differentiatie plaats naar aanleg en tempo van de kinderen en de aard van de activiteiten. Belangrijk hierbij is de mate waarin de kinderen zelfstandig kunnen werken.

We bouwen vanaf groep 1 aan een doorgaande lijn, om te komen tot het volgende beeld:

  • Een leerling kan de verschillende hulpmiddelen op de juiste manier hanteren en kan op de afgesproken wijze hulp vragen en hulp bieden.
  • De leerkracht bespreekt met de leerlingen hoe het werken gegaan is.
  • De leerlingen pakken op een rustige manier de materialen die nodig zijn en ruimen deze ook op.
  • De leerlingen werken met minimaal één ander aan een gemeenschappelijk doel of product.
  • Een leerling kan zich gedurende een vooraf aangegeven werktijd richten op zijn taak. In ruil daarvoor biedt de leerkracht de kinderen een ‘contactgarantie’, door tijdens de looprondes aan elk kind aandacht te geven.
  • De leerling leert de keuze en de volgorde van de taken te bepalen.
  • De leerling weet hoe hij tijdens zelfstandig werken probleemoplossend moet handelen.
  • De leerlingen leren stil, zonder contact met een ander, gedurende een bepaalde tijd te werken.
  • De leerlingen kijken zelfstandig hun gemaakte werk na en verbeteren de fouten.

In de groepen 1 en 2 leren kinderen zich spelenderwijs te ontwikkelen. We gaan uit van thema’s die bij de belevingswereld van de kinderen passen. Zij krijgen twee maal per dag ongeveer een uur de gelegenheid om met ontwikkelingsmateriaal te spelen. Dit noemen wij de werkles. Tijdens de werkles kunnen de kinderen ook knippen, plakken, kleien en schilderen. Door met dit ontwikkelingsmateriaal te werken, maken zij kennis met vormen, kleuren, taalbegrippen en hoeveelheidsbegrippen. Door beginnende geletterdheid en getalbegrip aan te bieden weet de leerkracht belangstelling te wekken voor zaken die de leerling tot nu toe mogelijk vreemd zijn. De kinderen leren zich te concentreren, te sorteren, combineren, construeren en logisch na te denken. Ook spelen met expressie- en constructiemateriaal is onderdeel van de werkles. Aan de zandtafel en in de huishoek worden de fijne motoriek geoefend en de fantasie geprikkeld. Het samen spelen en de emotionele ontwikkeling staan hierbij centraal. Tijdens gymlessen werken we aan de lichamelijke ontwikkeling.

We starten elke dag met een activiteit in de kring. Dit kan met alle kinderen samen zijn (grote kring), maar er kan ook gekozen worden voor een aantal kinderen (kleine kring). De andere kinderen werken/spelen dan zelfstandig in de klas. In de kleine kring krijgen kinderen specifieke aandacht die zij op dat moment nodig hebben. Dit kan op het gebied van taal of rekenen zijn. De spelvorm staat hierbij voorop. Het kan een herhaling zijn van de activiteit die plaats vond in de grote kring. Bij het zelfstandig werken maken de kinderen gebruik van het planbord, waarop zichtbaar is wat de leerlingen wekelijks gaan doen en hoe ver ze hiermee gevorderd zijn. Hier leren de kinderen plannen en verantwoordelijkheid dragen voor hun leerproces. De kinderen ervaren het als een feest om de verteltas mee te nemen naar huis. Aan de hand van de inhoud ervan vertelt het kind thuis en biedt het voor u, als ouders, een kans hierover mee te praten.

In groep 3 maakt spelen geleidelijk plaats voor leren. Het aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen krijgt een vaste plek in het weekrooster. Bovendien wordt er gewerkt aan de activiteiten in de verschillende hoeken. Het planbord neemt een belangrijke plaats in om zelfstandig en verantwoord te leren werken. Er blijft voldoende tijd ingeruimd voor spel en beweging. In groep 4 zijn lezen, rekenen, schrijven en taal de belangrijkste basisvakken, naar beweging, expressie en wereldoriëntatie. Vanaf groep 5 zien we een verdere uitbreiding naar de vakken: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, techniek, cultuur en Engels. ook aan geestelijke stromingen en maatschappelijke verhoudingen wordt aandacht geschonken in ons programma.

    No events